De juiste keuze van Jesse

Het voorgestelde beleid van VVD en CDA op het gebied van migratie is levensgevaarlijk. Het geeft daarom hoop dat Jesse Klaver en zijn team verder kijken dan hun neus lang is en het hoofd niet in het zand steken.

In de media wordt vooral het rechtse frame gevolgd waardoor het lijkt alsof de voorgestelde “deals” met Noord-Afrikaanse landen naar het voorbeeld van de Turkije deal allemaal keurig in orde zijn. Het probleem is echter dat deze agenda er vooral en alleen op gericht is om vluchtelingen buiten de deur te houden uit angst voor de populisten. Hierdoor komen we niet eens toe aan de echte problemen. De discussies in de media zijn oppervlakkig en focussen zich slechts op “hoe we de vluchtelingen opvangen.” Wat er echt op het spel staat komt niet aan de orde. Het gaat daarbij zeker niet om een klein dingetje.

Want de situatie rondom Europa – en met name in Noord-Afrika -  is explosief. Bevolkingsgroei, conflicten, armoede, klimaatverandering maken volgens de VN dat het aantal stedelingen in Afrika de komende decennia bijna zal verdubbelen zonder dat daar een groei van de economie tegenover staat. Steden vol jonge mensen, zonder werk in een vaak uitzichtloze situatie. Regeringen die vooral denken aan hun eigen belangen en weinig ophebben met democratie, mensenrechten of gelijke kansen voor hun bevolking zetten de situatie onder extra hogedruk. Een recept voor onvrede en rampspoed waaraan het Westen heeft meegeschreven.

Het afkopen van de vluchtelingenstromen door deals met foute regeringen te maken helpt hier niet bij. Integendeel, het is als de muur van Trump op de grens met Mexico, een nep-oplossing. Het zorgt ervoor dat echte oplossingen zoals armoedebestrijding, duurzame democratische economische ontwikkeling, eerlijke handel en gereguleerde migratie uit beeld verdwijnen.

Het trieste hierbij is dat dat niet alleen dat de vluchtelingen - mensen die ellende, oorlog en armoede ontsnappen – de dupe worden, maar dat uiteindelijk ook de wal het schip zal keren als Europa zich verschuilt achter een grote muur en niets doet aan de echte oorzaken van waarom mensen op de vlucht slaan.  

De situatie rondom Europa is van zo’n immens belang voor de toekomst van Europa en Nederland dat we dit niet kunnen oplossen door ons alleen bezig te houden met het buiten houden van vluchtelingen. Meedoen met VVD en CDA op deze agenda is daarom geen optie. 

Duurzaamheid als politieke keuze

In 2015 zijn er verschillende internationale multilaterale akkoorden gesloten. Het klimaatakkoord van Parijs, de duurzame ontwikkelingsdoelen, het Sendai actieraamwerk voor rampenpreventie en de “New Urban Agenda” roepen op tot zogenaamde “transformative action.” Al deze akkoorden moeten onze wereld op een alternatief pad van ontwikkeling zetten. Maar daar is nog weinig van te merken. CO2-emissies stijgen net als de honger naar grondstoffen. De natuur staat onder druk. De armoede wereldwijd neemt af maar de ongelijkheid binnen samenlevingen neemt toe.

Toch zijn er heel veel optimistische geluiden te horen. Ook in Nederland met het energie akkoord bijvoorbeeld. Maar ook over transities in steden en wijken, kantelingen richting duurzaamheid en een energieke samenleving. Uit nieuwsgierigheid om erachter te komen wat er nu echt speelt op het gebied van transities ben ik her en daar gesprekjes gaan voeren met mensen die hierover iets te vertellen hebben.

Wat ik hoorde was een verhaal over een nieuwe wijk in Amsterdam waar burgers heel actief aan hun wijk bouwen en bepaalden hoe hun woningen en omgeving eruit komt te zien maar dat de gemeenteambtenaren met al die proactieve burgers niet uit de voeten kunnen. En een verhaal over experimenten met “Nex Economy” en stedelijke Labs in Rotterdam waar regelgeving wordt aangepast zodat innovatieve kleine bedrijven in wijken de ruimte krijgen. Of over duurzaamheid in Den Haag waar heel hard gewerkt werd aan initiatieven met bewoners uit de verschillende stadswijken om de omslag te maken maar waar de initiatieven toch vooral klein blijven (en daar hun succes ook aan ontleenden). Over stadsontwerpers die op de vraag wat voor de komende tijd dé uitdaging is heel resoluut “de democratie” antwoorden omdat een zo grote groep mensen zo cynisch is geworden dat ze nergens meer in geloven.

Het borrelt in de samenleving. Maar veel initiatieven blijven erg kleinschalig. Dat de veranderingen kleinschalig blijven is als we terugkijken op de geschiedenis van de industrialisatie niet vreemd. In het vroeg industriële Nederland van de 19e eeuw waren er vele verschillende regionale spoorwegmaatschappijen. Steden en dorpen regelden op eigen wijze hun riolering en water (Nederland telde veel meer waterschappen dan nu bijvoorbeeld). Tot men erachter kwam dat het niet efficiënt was – spoorsystemen die niet op elkaar aansloten, gebrekkige hygiëne in de grote steden van Holland – en besloot het met meer voortvarendheid aan te pakken. Een beetje zoals Nederlandse woningen in de jaren 60 aan het gas werden geholpen, via daadkrachtige besluitvorming, programma’s en instrumenten.

De transitie richting duurzaamheid – transitie naar hernieuwbare energie voor alle woningen en bedrijven in Nederland, energie neutrale woningen en een circulair gebruik van grondstoffen – moet op eenzelfde voortvarende wijze worden aangepakt. Dit kan niet worden opgelost met een overheid die geloofd dat haar rol eigenlijk is uitgespeeld en dat ze hooguit een faciliterende rol kan spelen en de “samenleving” het zal moeten oplossen. Neem de golf aan energie coöperaties die worden opgestart door burgers door het hele land heen. Echter, de grote meerderheid van deze initiatieven heeft vanwege de complexiteit van de energiesector grote moeite om de windmolens te laten draaien of om de zonnepanelen echt op de daken te krijgen.

Dit betekend mijns inziens dat de transitie naar duurzaamheid een politieke keus is. Al die zaken die borrelen en bruisen in de samenleving en zo de energieke samenleving vormen, al die mensen die met groot enthousiasme dingen dóén, gaan alleen de omslag niet bewerkstelligen. Daar is een overheid voor nodig die met burgers samen de regie pakt om de samenleving te laten kantelen. Pas als dóén samenvalt met een politieke beweging om de omslag te kunnen bewerkstelligen is er sprake van een transitie richting duurzaamheid.

Verder met de New Urban Agenda.

Na de grote stedelijke VN-conferentie in oktober dit jaar is het nu tijd om aan de slag te gaan. Maar hoe is nog niet zo makkelijk te bepalen. Hieronder een eerste verkenning en drie mogelijke prioriteiten.

De temperatuur op de noordpool is 20 graden hoger dan normaal, de “tipping-points” van verschillende planetaire systemen lijken dichterbij te komen. We zijn in het antropogeen beland, het tijdperk van de mens en dan vooral van de stedelijke mens. Los van de waan van de dag over verkiezingen, boze blanke mannen en zwarte pieten zijn er waarschijnlijk drie thema’s met impact die echt om onze aandacht vragen: klimaatverandering, de groeiende ongelijkheid en verstedelijking.

Juist in de manier hoe we onze steden organiseren valt daarom een wereld te winnen voor duurzaamheid en gelijkheid. De New Urban Agenda, aangenomen tijdens de Habitat III conferentie van afgelopen oktober wijst hier de weg in. Panels met experts op alle gebieden van stedelijke ontwikkeling van over de hele wereld zijn betrokken geweest bij het opstellen van de agenda. De tekst is hierdoor gebaseerd op de laatste inzichten over stedelijke ontwikkeling. Mooi natuurlijk, maar de vraag is hoe de agenda van nut kan zijn in de dagelijks praktijk van steden.

Een agenda – over welk thema dan ook – is vooral een manier om mensen en organisaties focus te geven. Om vervolgens de resultaten te vergelijken en te leren welke aanpak werkt, welke niet en waar aanpassingen nodig zijn. Nu hebben we al de duurzame ontwikkelingsdoelen, aangenomen door de VN in september vorig jaar (ook wel in goed Nederlands de Global Goals genoemd). Deze doelen bestrijken bijna alle thema’s die van belang zijn voor duurzame ontwikkeling. Van armoedebestrijding, waterbeheer, tot onderwijs, duurzame consumptie en productie tot vrede. Met de New Urban Agenda in de hand kunnen deze duurzame ontwikkelingsdoelen lokaal in onze gemeenschappen uitgevoerd worden. En dan wordt het al wat concreter. Utrecht die zich uitroept tot Global Goal stad op het gebied van gezondheid. En Den Haag als Global Goal stad op het gebied van vrede en justitie. Om maar wat voorbeelden te noemen.

Maar goed, agenda’s, doelen, het blijft allemaal wat vaag. Hoe maken we de mooie ideeën van de New Urban Agenda concreet? Alvast drie voorzetten van zaken waar we op moeten letten.

 

Samen ga je sneller.

Door aan te sluiten bij de Global Goals en de New Urban Agenda is het eerste voordeel dat je als stad goed kan communiceren wat je aan het doen bent. Je bent bezig met bij te dragen aan doelen waar we allemaal achter staan. Maar er zijn nog meer voordelen. Bij het opstellen van de Europese Urban Agenda – het regionale zusje van de New Urban Agenda – is het instrument van partnerschappen ingesteld. Groepjes van steden vormen teams om te werken aan specifieke uitdagingen.  Ze krijgen daar ondersteuning bij en rapporteren terug aan hun collega steden over welke aanpak werkt en wat daarvoor nodig is. Het lijkt een frisse actiegerichte manier om te werken aan onderwerpen waar lef en innovatie voor nodig zijn zoals inclusiviteit, smart-cities, binnenstedelijke vernieuwing, burgerparticipatie en de energie transitie.

 

Informele steden

Steden in het zuiden kampen met een groei die zo sterk is dat er niet tegenop te plannen valt. In sommige steden in Afrika en Azië behoort hierdoor soms de helft van de stad tot de informele sector, een ander woord voor sloppenwijken. Wat betekent dat de helft van de inwoners van de stad niet bestaan; de gemeente weet niet wie ze zijn, wat ze doen en wat ze willen. Basisvoorzieningen zoals water, elektriciteit en onderwijs zijn (vaak) afwezig. Met als gevolg dat officieel beleid geen of weinig effect sorteert. Het verzinnen van oplossingen voor informaliteit is daarom een van belangrijkste prioriteiten.  

 

Transities

Globale agenda’s zoals de New Urban Agenda dragen bij aan verandering. Burgers kunnen die agenda’s gebruiken om overheden en bedrijven aan te spreken. Als het gaat om te eisen dat steden duurzamer worden, groener, met openbare ruimtes, voorzieningen en woonruimte en kansen voor iedereen. Maar verandering zal ook heel veel weerstand ondervinden. We zien in Nederland al hoe langzaam de energie transitie tot stand komt; het blijft vooralsnog bij goede voornemens. Snappen hoe stedelijke transities werken en hoe lokale oplossingen kunnen leiden tot veranderingen van systemen is de andere grote prioriteit, willen we de New Urban Agenda realiseren.

 

De komende dagen, weken, maanden ga ik nog veel meer gesprekken voeren over concrete stappen om steden duurzaam en inclusief te maken. Weet jij iets hierover wat ik echt zou moeten weten? Vertel het mij! 

Quito & Habitat III

Van 17 tot 20 oktober vond in Quito, Ecuador, de Habitat III conferentie van de Verenigde Naties plaats waar de New Urban Agenda werd vastgesteld. Deze conferentie vindt eens in de 20 jaar plaats. Ik was daarbij, als onderhandelaar voor Nederland in de aanloop van Habitat III en tijdens de conferentie zelf. 

Wat is het nut van een VN-top over steden? Worden steden er beter van, duurzamer wellicht? Als er een top nodig is speciaal voor steden, wat is er dan aan de hand met steden? 

De mensheid als stedelijke soort
Verstedelijking wordt zowel binnen de Verenigde Naties als door ontwikkelingsorganisaties, bedrijfsleven, landen en steden zelf als dé meest belangrijke verandering van onze tijd gezien. Voor het eerst immers in onze geschiedenis woont de meerderheid van de mensen in steden. In 2050 kunnen we nog bijna een verdubbeling van het aantal stadsbewoners verwachten terwijl tussen de 40% en 60% van alle steden nog gebouwd moet worden, met name in Afrika en Azië.  Belangrijkste uitdaging daarbij is de snelheid van verstedelijking. Er komen sneller mensen bij in de steden dan dat er huizen, wegen, riolen, elektriciteit- en water aansluitingen gebouwd en aangelegd kunnen worden. Met als consequentie dat vooral de sloppenwijken van steden heel hard groeien. Waar mensen naar de stad komen in de hoop op een betere toekomst is de kans groot dat ze vastlopen in steden zonder voorzieningen en werk. 

De chaotische en ongeplande groei van de steden – met name in ontwikkelingslanden - gaat ten koste van vruchtbaar land én natuur en heeft een enorme toename van de CO2-uitstoot tot gevolg. Delta en kust steden lopen door snelle verstedelijking en klimaat impact een hoger risico op overstromingen. 

Tegelijkertijd worden steden ook gezien als de motoren van ontwikkeling. Mensen migreren naar de stad omdat daar de voorziening beter zijn met meer kansen zijn op onderwijs, goede gezondheidzorg en werk. Mensen ontsnappen in de stad uit de armoede. En waar anders dan in de stad met zijn kenniscentra, financieel kapitaal en hoogopgeleide bewoners is het mogelijk om de transitie te maken naar hernieuwbare energie en een circulaire economie. 

Steden als motoren van ontwikkeling versus steden als armoede val en verstedelijking als bedreiging voor de planetaire milieugrenzen of als kans om de radicale omslag naar duurzaamheid te maken. Het kan beide kanten opgaan. 

The New Urban Agenda
Als verstedelijking het meest ingrijpende proces is wat we als mensheid meemaken de komende tijd, dan moeten we ervoor zorgen dat we dit in goede banen leiden. De duurzame ontwikkelingsdoelen hebben daarom een stedendoel (doel 11) en tijdens de klimaattop in Parijs stonden steden volop in de belangstelling, niet in het minste omdat veel burgemeesters zelf naar Parijs waren getrokken. Maar verstedelijking is complex en niet terug te brengen tot alleen klimaat. De duurzame ontwikkelingsdoelen zijn heel compleet maar houden te weinig rekening met de lokale context. Vandaar de voorbereidingen voor Habitat III al ruim een jaar geleden gestart werden. 

Expert-panels, regionale consultaties en de inbreng van steden zelf leiden uiteindelijk tot een tekst waarover door de lidstaten kon worden onderhandeld. Dit heeft uiteindelijk geleid tot de tekst voor de New Urban Agenda zoals die er nu ligt. Alles wat heden ten dage als belangrijk wordt gezien voor goede stedelijke ontwikkeling staat erin. Inclusieve, duurzame, productieve en goed bestuurde steden liggen binnen handbereik. 

Maar zijn we met de New Urban Agenda klaar voor alle stedelijke uitdagingen? Nee helaas niet. Ten eerste want er zijn geen concrete doelen geformuleerd waar landen naar kunnen streven of elkaar aan kunnen houden. Ten tweede omdat het juist vaak op stedelijk niveau aan capaciteit ontbreekt bij stadsbestuurders om de enorme groei van steden in goede banen te leiden waardoor het vooral de sloppenwijken zijn die groeien. 

Quito - Habitat III
Ruim 45.000 mensen hadden zich ingeschreven voor de conferentie. En al zijn die niet allemaal gekomen, de 35.000 mensen die er wel waren veroorzaakte rijen van soms 6 uur lang om binnen te komen. Dat gaf deze VN-conferentie soms het karakter van een popfestival en laat zien op hoeveel belangstelling stedelijke ontwikkeling kan rekenen. Scheidend VN-topman Ban Ki Moon opende op maandag de conferentie nadat er zaterdag en zondag al “wereld” assemblees voor jongeren, vrouwen, burgemeesters en leiders uit het zakenleven gehouden waren. Donderdag werd vervolgens met een hamerslag van president Correa van Ecuador de “New Urban Agenda” aangenomen. 

De dagen ertussen waren gevuld met presentaties, discussies, ronde tafels op verschillende plekken op het conferentie terrein. En heel soms levert dit iets interessants op; zoals de Colombiaanse politicus en ex-burgemeester van Medellín Sergio Fajardo die op het podium van het Nederlands Paviljoen verteld over zijn ervaring om een sociale beweging op te zetten waarbij het creëren van vertrouwen centraal staat. 

Nederland liet zich van haar vooruitstrevende kant zien; de Nederlandse nationale delegatie werd geleid door Jan van Zanen, burgemeester van Utrecht en voorzitter van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). Nederland maakte zich succesvol hard voor het opnemen van delta steden in de New Urban Agenda en voor een participatieve multi-stakeholder aanpak waarbij met name steden een sleutel rol spelen. Gezamenlijk met Pakhuis de Zwijger was er buiten het conferentiecentrum een “city ambassade” opgericht, was een straat op participatieve wijze heringericht en bood het NL-paviljoen een podium aan tal van goede initiatieven om zich te presenteren. 

Wat nu? 
De komende maanden na Quito zal er hard worden nagedacht bij de VN hoe nu verder met de New Urban Agenda. Dat zal vooral leiden tot ingewikkelde discussies over rapportages en verantwoordelijke VN-agentschappen om landen en steden te begeleiden. Belangrijk, maar mijn interesse gaat uit naar hoe stedelijke transities richting duurzaamheid en meer sociale rechtvaardigheid tot stand komen en hoe steden zelf direct van elkaar kunnen leren. 

Het VN-proces gaat wat mij betreft te langzaam daarom ga ik de komende tijd uit zoeken wat er al gebeurt met als doel te kijken hoe ik daar zelf aan kan bijdragen. Ik zal erover schrijven, en hoor graag jullie tips.